Werkwijze in de groepen

Vanaf het moment dat een kind op 4-jarige leeftijd bij ons op school komt tot het moment waarop het naar een vorm van voortgezet onderwijs doorstroomt, maakt het een geleidelijke ontwikkeling door. In de tussenliggende periode begeleiden de teamleden van de school het kind zo goed mogelijk.

Tijdens het aanmeldingsgesprek vertellen we hoe het onderwijs inhoudelijk is geregeld en waar het team mee bezig is. Enkele belangrijke uitgangspunten lichten we hieronder toe.

Groep 1-2
In de kleutergroepen ontwikkelt het kind zich al spelend, waarbij de leerkracht een sturende invloed heeft. Naast klassikale activiteiten als kringgesprek, muziek, kringactiviteiten, spel en beweging wordt ook individueel gewerkt met een ruim aanbod aan expressie- en ontwikkelingsmaterialen. Het handelend bezig zijn is een belangrijk uitgangspunt. Om tegemoet te komen aan de leef- en belevingswereld van de kinderen en aan te sluiten op de aanwezige kennis en ervaring, wordt er soms gewerkt met thema’s. Alle activiteiten kennen een opbouw in moeilijkheidsgraad.

Groep 3 t/m 8
In de groepen 3 t/m 8 wordt gewerkt met diverse groeperingsvormen. Binnen de eigen (leeftijds-) groep wordt instructie gegeven vanuit de methoden voor de verschillende leer- en vormingsgebieden.

Om aan te sluiten bij de ontwikkeling van de individuele leerling zoeken we mogelijkheden om de leerstof aan te passen aan zowel moeilijk lerende kinderen als aan kinderen die snel met de leerstof overweg kunnen. Zo is er voor kinderen die meer aankunnen naast de basisleerstof genoeg verdiepingsleerstof. Deze leerlingen worden uitgedaagd om de leerstof toe te passen in andere situaties. Moeilijk lerende kinderen krijgen binnen het systeem van leerlingbegeleiding de aandacht die ze nodig hebben (zie 1.5). Omdat in iedere groep kinderen van verschillende niveaus zitten, leren ze met elkaar samenwerken en tot een zekere mate van zelfstandigheid te komen.

Er wordt gewerkt aan een fijne sfeer in de groepen en de leerkrachten doen er alles aan om uit een kind te halen wat erin zit. De ouders spelen daarbij een belangrijke, stimulerende rol.

Zittenblijven
In principe doorlopen de kinderen in acht jaar de basisschool en is er geen sprake van ‘zittenblijven’. Ieder kind wordt binnen de groep zoveel mogelijk op zijn/haar eigen niveau benaderd. Alleen in uitzonderingsgevallen kan gedurende de schoolloopbaan in overleg met de ouders besloten worden het kind een jaar langer in een bepaalde groep te houden. Dat gebeurt dan omdat de sociale, emotionele of verstandelijke ontwikkeling een grote achterstand ten opzichte van de klasgenoten laat zien en de verwachting, of een onderzoek, aangeeft dat de oorzaak van de achterstand niet van blijvende aard is; het kind kan zich dan in de nieuwe groep alsnog normaal verder ontwikkelen.

Normen en Waarden
Gelijkwaardigheid tussen mensen is op Panta Rhei een belangrijk uitgangspunt. De kinderen moeten respect op kunnen brengen voor waarden en normen van anderen, die zich onderscheiden in kleur, status, handicap, cultuur of geloof. De teamleden zijn alert op discriminatie en pesten en werken vooral aan het voorkomen ervan. En als het toch gebeurt, wordt direct ingegrepen. De kinderen wordt steeds weer verteld dat er regels gelden op school en hen wordt geleerd die te hanteren. Er wordt veel energie gestoken in het belonen van gewenst gedrag, maar natuurlijk wordt er wel eens een kind gestraft.

Adaptief Onderwijs
Panta Rhei wil alle kinderen optimaal de kans geven om de eigen mogelijkheden te ontplooien en hen leren om zelfstandig, verantwoordelijk, creatief en kritisch te zijn. De school is daarvoor steeds in ontwikkeling, past nieuwe onderwijskundige ideeën toe en heeft grote zorg voor alle kinderen. Een goed voorbeeld hiervan is het team-project ‘Bouwen aan een Adaptieve School’ (BAS), waarmee wordt geprobeerd het onderwijs zo veel mogelijk adaptief in te richten, wat wil zeggen: ‘op maat’ voor ieder individueel kind. Relatie (samen), Competentie (bekwaamheid) en Autonomie (zelfstandigheid/eigen verantwoordelijkheid) zijn hier belangrijke termen.

– Het gevoel van relatie wordt versterkt als je invloed hebt op de manier waarop er met je wordt omgegaan.
– Leren wordt betekenisvoller voor je als je invloed hebt op wat er wordt geleerd en hoe er wordt geleerd, waardoor je gevoel van bekwaamheid (competentie) toeneemt.
– Het is belangrijk dat kinderen zich betrokken weten bij belangrijke zaken in hun eigen leef- en leeromgeving, het versterkt hun gevoel van zelfstandigheid (autonomie).

Ontwikkelingslijnen die o.a. aan bod komen zijn klassenmanagement, coöperatief leren (samenwerkend leren) en teamleren. Door effectievere instructie wordt meer tijd vrij gemaakt voor het werken met zorgkinderen.